Openingslezing seminar “Art & Technology”

Noot van de redactie: in december 2013 is het onderstaande bericht integraal overgenomen van het blog MuseumDesign.nl.

Hieronder volgt de openingslezing van het seminar “Art & Technology”.


Amsterdams Uitburo
Seminar Art & Technology
Donderdag 20 november 2008
Marcel Wouters

Het gebruik van technologie in tentoonstellingen

Authenticiteit
In een interview werd mij gevraagd welke tentoonstellingen op mij de meeste indruk hadden gemaakt. Het bleek een onverwacht lastige vraag. Na in gedachten alle mij bekende presentaties doorlopen te hebben was mijn conclusie dat het díe tentoonstellingen waren die de kracht en de mystiek van authenticiteit met zich meedroegen: “Hier, op deze plek waar ik nu sta, hier is het gebeurd” of “Dit is het origineel dat hij zelf in handen heeft gehad, realiseer je eens wat het teweeg heeft gebracht.” Al onze professionele inspanningen van een goede informatieoverdracht ten spijt is de kracht van authenticiteit niet te evenaren. En dan blijkt dat veel mensen de schatten uit het verleden willen bewonderen. Vooral omdat er een historische sensatie van uit gaat welke krachtiger is dan welke multimediale toevoeging dan ook.

Een voorbeeld hiervan is de tentoonstelling “Het Terracottaleger van Xi’an” die dit jaar te zien was in het Drents Museum te Assen en nu is opgesteld in de Minderbroederskerk te Maaseik in België. De tentoonstelling laat op een theatrale wijze de schatten zien van de eerste keizers van China. De wereldberoemde soldaten en honderden andere voorwerpen uit de Qin- en de Handynastie, waarvan sommige nooit eerder buiten China te zien waren.

The Terracotta Army of Xi’an op Vimeo.

Het belang van marketing werd ons hierbij duidelijk. Door de goed georganiseerde publiciteit van het Drents Museum kwamen er in een half jaar niet de beoogde 120.000 bezoekers naar Assen, maar werden het er 353.000. Een stroom bezoekers waarvoor de plaatselijke horeca een drievoudige personeelsbezetting moest inzetten en enkele middenstanders achteraf spontaan een schenking aan het museum deden.

Het Terracottaleger van Xi'an in Eindhovens Dagblad

Het Terracottaleger van Xi’an in het Eindhovens Dagblad

Rijen bezoekers bij het Drents Museum

Rijen bezoekers bij het Drents Museum

Bezoekers verdringen zich in de tentoonstelling

Bezoekers verdringen zich in de tentoonstelling

Nog steeds beschouwen mensen musea als de meest betrouwbare bron als het aankomt op het verstrekken van historische informatie over de tentoongestelde objecten.
Maar over het algemeen is de aandacht in musea echter verschoven van de objecten zelf naar de manier waarop ze worden gepresenteerd, hoe ze worden waargenomen door het publiek en hoe het publiek het museum en de voorwerpen beleeft. Waren eerst de voorwerpen van belang, in de meeste musea staat reflexie en interpretatie nu centraal.
Zoals interactieve tentoonstellingen altijd nog geassocieerd worden met rondrennende kinderen die willekeurig op knoppen drukken, zo hebben nieuwe media altijd nog de naam dat ze bezoekers eerder passief maken in een tentoonstelling, dat ze ook isoleren waardoor mensen niet meer met elkaar communiceren.
Maar wij gebruiken nieuwe media nu juist voor sociale tentoonstellingen, die niet enkel de emotionele maar ook de sociale componenten bij de bezoeker losmaken. Tentoonstellingen waarbij de interactie niet langer plaatsvindt tussen een bezoeker en het tentoon gestelde maar tussen bezoekers onderling. De tentoonstellingen worden daarmee meer de plaats voor een openbaar gesprek.

Het Nationaal Monument Kamp Vught

Het Nationaal Monument Kamp Vught

De laatste zaal in het museum Nationaal Monument Kamp Vught is een soort café-restaurantruimte. Koffie is er echter niet te krijgen. Maar wat is deze ruimte dan? Op tafels liggen kranten. En naast de echte kranten ook door ons geënsceneerde kranten met filmbeelden van bijvoorbeeld het Milgram experiment en oplichtende afbeeldingen: “Groeten uit Joegoslavië”, of een cartoon van twee overburen die tegelijk tegen hun kind zeggen: “Aan de overkant wonen verschrikkelijke mensen”. Op een wand van negen meter bij drie meter worden caféscènes geprojecteerd. Je hoort mensen hun mening verkondigen over democratie en je ziet hoe er gereageerd wordt op afwijkende bezoekers die binnenkomen. Op de achtergrond toont een kleurentelevisie journaalbeelden. Aan een tafeltje hoor je een vrouw tegen een man zeggen: “Als je werkelijk van me houdt dan…”, een vorm van emotionele chantage. De boodschap van deze opstelling is: blijf altijd zelf nadenken en oordelen over wat er om je heen gebeurt ook al wijkt dat af van de collectieve mening van dat moment en ook al leidt het tot burgerlijke ongehoorzaamheid.

We bepalen hiermee een beeld, hebben daar ideeën bij, maar we weten niet wat dat met jou als bezoeker doen zal. Wij maken iets los niet wetende hoe dat gaat functioneren. En naderhand als je weer thuis bent, hoop ik dat je er nog eens over nadenkt, dat het verder gaat, heel persoonlijk.
We kunnen stellen dat de nieuwe mogelijkheden en de nieuwe media die we gebruiken nooit doel op zich mogen worden. Bij de formulering van een concept voor een tentoonstelling maken we de vertaalslag naar de over te brengen sfeer. Pas op het einde van het proces kan blijken dat het gebruik van nieuwe media in dat geval een goede manier is om iets op bezoekers over te brengen, als een van de vele mogelijke overdrachtsvormen.

Betekenis van het object

Betekenis van het object

Authentieke voorwerpen kennen inmiddels vele interpretaties, educatieve informatieschillen en contexten uit verschillende tijden. Een object waarnemen is eerder een relatieve dan een absolute aangelegenheid geworden. Het bouwen van een schil rondom een object om dit object te verduidelijken blijft moeilijk.

Joseph Kosuth

Joseph Kosuth

De afbeelding laat een kunstwerk zien van Joseph Kosuth. We zien daarop een stoel, het object zelf. We zien ook een afbeelding van deze stoel en een tekst bij deze stoel. Hij had er misschien ook nog het geluid van de stoel bij kunnen weergeven. Mijn vraag daarbij is of we met behulp van al deze toevoegingen meer kunnen weergeven dan wat de stoel zelf is. Wij zijn altijd op zoek naar de waarheid in meerdere dimensies.

Om de presentatie van voorwerpen in een museum authentieker te maken, zijn er gegevens nodig over de oorspronkelijke contexten van de objecten en dit is vrijwel nooit het geval.

Domein Bokrijk - De Oeblieman

Domein Bokrijk – De Oeblieman

In het openluchtmuseum Bokrijk in België worden niet alleen de objecten zoveel mogelijk met inbegrip van hun omgeving getoond, maar gebruiken we ook theatrale beelden en historisch aangeklede acteurs om een historische verbeelding te creëren en het thema voor bezoekers te verlevendigen. De moeilijkheid daarbij is dat het publiek de presentatie en ensceneringen zou kunnen interpreteren alsof het de werkelijkheid is.
Door nu de situatie niet aan te tasten en enkel te projecteren op een tafel of op de vloer blijft duidelijk wat origineel is en wat we, zonder het beeld te verstoren, aan informatie toevoegen.

 

 

 

Fluisterbehang in Kasteel Bulskampveld, België

Fluisterbehang in Kasteel Bulskampveld, België

Een vergelijkbaar voorbeeld is het kasteel Bulskampveld bij Brugge in België, een ogenschijnlijk verlaten kasteel waar de lakens nog over de meubels hangen. We wijzen in dit verband graag op het fluisterbehang dat ons deelgenoot maakt van de moorden en laatste roddels. Een eenvoudige manier om klets en geroddel weer te geven waarvan je als tentoonstellingsmaker niet weet of het historisch correct is.

Castle of Bulskampveld / Kasteel Bulskampveld op Vimeo.


Gothic meisjes in Het Geheim van de Kelten

Gothic meisjes in Het Geheim van de Kelten

Het affiche bij de tentoonstelling ‘Het Geheim van de Kelten’, in het Limburgs Museum te Venlo, laat drie gothic meisjes zien. Een beeld dat wij misschien associëren met “Keltisch”. Maar ondanks het vele onderzoek en de vele boeken die er over de Kelten geschreven zijn weten we nagenoeg niets over de Kelten. Vandaar dat we deze tentoonstelling begonnen met het bestaande vooroordeel om daarna te vertellen dat de Keltische cultuur uit Zwitserland komt en dat ze waarschijnlijk verder ontwikkeld waren dan de Romeinen. Om even terug te komen op het marketingaspect meld ik dat een groot succes de opstelling is waar de bezoeker zich kan verkleden als een echte Kelt en op de foto kan gaan met de Vorst van Oss. De foto verschijnt automatisch op de website www.dekelten.nl.

The Secret of the Celts / Het geheim van de Kelten op Vimeo.

Tot voor kort dacht ik dat als wij objecten uit het depot gebruikten en deze na het einde van de tentoonstelling weer terugbrachten er niets gebeurd was. Nu pas realiseer ik me dat de visie en de tijdelijke context waarin wij objecten zetten het beeld van het verleden en van de toekomst bij bezoekers sterk kan beïnvloeden. Doordat we objecten in een bepaalde ordening in een ruimte plaatsen en er een verhaal mee vertellen, veranderen we de interpretatie van de objecten in de tijd en leveren we een blijvende toegevoegde waarde bij de identiteit van de objecten. Eénmaal opgedane nieuwe ervaringen kunnen nooit meer ongedaan gemaakt worden.

Museale opstellingen over het verleden zeggen dus misschien meer over een tijdbeeld van nu dan over een tijdbeeld van toen. Zou het dan ook niet logisch zijn om in de toekomst objecten in hun context te bewaren, bijvoorbeeld door een virtuele afspiegeling van de tentoonstelling op te slaan? Nieuwe media zijn hier natuurlijk uitermate geschikt voor. Zo zou een museum naast een materiële collectie dan ook systematisch een intellectuele collectie moeten opbouwen. Daarin zouden alle documenten van een museum moeten zijn verzameld, zowel afbeeldingen en collectieregistratie als tentoonstellingsteksten. De intellectuele collectie zou een rijke bronnenverzameling moeten zijn die even wetenschappelijk verantwoord is als de fysieke collectie. Sterker nog, de fysieke en de intellectuele collectie kunnen vandaag de dag niet meer zonder elkaar.

Wie op een website een virtuele museumervaring probeert te creëren, moet zich niet alleen richten op de objecten, maar ook op andere factoren van het museumbezoek als geheel.

Met visuele middelen kan maar een beperkt deel van het verhaal verteld worden. In presentaties zullen dus altijd keuzes gemaakt moeten worden. De tentoonstellingsmaker kan een deel van het historische leven van het voorwerp tonen, maar negeert daar ook andere delen mee. Het bewaren gebeurde vroeger in naam van de mensheid, de natiestaat of de kunstgemeenschap, terwijl het tonen zich op het grote publiek richtte. De twee museale functies die complementair waren, haal ik nu gedeeltelijk uit elkaar. De objecten zelf die vinden in het museum hun respect terug en worden op een verantwoorde manier tentoongesteld. Daar kunnen we gewoon genieten van de mooie beelden en van de kracht van authenticiteit. En de contexten, die zelfstandig zijn geworden, noem ik Avatars. Het zijn verschillende verschijningsvormen die een object in zijn virtuele tweede leven gaat krijgen. Ze zullen steeds talrijker worden en een eigen leven gaan leiden zonder de fysieke aanwezigheid van een object. De avatars worden het virtuele deel van het museum dat overal op aarde toegankelijk is en dat een platvorm biedt voor opinie en educatie. Ze zullen een eigen leven gaan leiden in ons collectieve geheugen, het global brain met daarin alle in verschillende tijden ontstane contexten die vooral iets zeggen over die tijden. De toekomst zal moeten uitwijzen wanneer een voorwerp fysiek aanwezig moet zijn om een historische sensatie en een museumervaring op te wekken. De tijdmachine waarvan we vroeger droomden, wordt een andere dan we gedacht hadden en onze ruimte wordt gedeeltelijk virtueel. Tijd en ruimte zullen nooit meer eenduidig zijn.

Avatars in het spel Second Live

Avatars in het spel Second Live


Grafiek Ontwikkelingen

Grafiek Ontwikkelingen

Als we kijken naar de technologische ontwikkelingen van de laatste eeuw dan zien we aanvankelijk een agrarische ontwikkeling, gevolgd door een industriële ontwikkeling met daarbij de opkomst van de chemie. Deze is de laatste decennia weer ingehaald door de ontwikkeling van elektronica en software. Een ontwikkeling waarvan de snelheid nog ieder jaar lijkt te verdubbelen. Waar ik vooral in geïnteresseerd ben, is de volgende lijn van ontwikkelingen. Eén die we nu nog niet kennen. Indien we het voorgaande extrapoleren zou ik me voor kunnen stellen dat we in de toekomst onze emotionele capaciteiten gaan ontwikkelen. Latent bezitten we die al maar daar zijn we ons nauwelijks van bewust. Hoe effectief zou het niet zijn om binnen een seconde een emotie over te brengen in plaats van een omvangrijk contract door te moeten lezen dat nog niet alles uitsluit? Nieuwe technieken die steeds geavanceerder worden zullen dat voor ons mogelijk moeten gaan maken. Nu al experimenteert bijvoorbeeld Emotiv Systems met Epoc waarbij je met behulp van je gedachten een game kunt spelen en een karakter emoties kunt geven. Nu al wordt de computer steeds onzichtbaarder zoals bij Ubiquitous Computing. De mogelijkheid om emoties over te brengen zal zeker een grote invloed hebben op de rol van musea. Op het moment dat je thuis de volledige emotie kunt hebben die je ook zou hebben wanneer je vóór de Mona Lisa zou staan, dan zou je kunnen stellen dat het tentoonstellen van het origineel niet meer strikt noodzakelijk is.

Totdat het zover is, blijven we ons richten op het zo goed mogelijk nabootsen en verbeteren van de werkelijkheid. Daarbij zal virtueel en reëel steeds meer door elkaar gaan lopen, net zoals we dat al kennen van de speelfilm. Daar maken we ons al lang niet meer druk of een groot leger dat van de berg af komt stormen uit figuranten bestaat of dat het in de computer tot stand is gekomen. Enkel onze beleving telt. Ook in ons dagelijks leven zal deze ontwikkeling zich doorzetten wanneer virtuele oplossingen goedkoper gerealiseerd kunnen worden dan fysieke oplossingen. Of we dat nu wensen of niet. Indien het in ons huis, in tegenstelling tot buiten, vooral van belang is dat het warmer, droger en veiliger is, dan zal het ons misschien niet meer uitmaken of de wand die binnen en buiten scheidt echt is of niet. Deze wand zal virtueel worden met behoud van haar ervaringseigenschappen. Enkel onze ervaring telt. Net als in de film. We zullen gedeeltelijk in een virtueel gebouwde omgeving gaan leven. Een omgeving die aanvankelijk nog een nabootsing is van de fysieke wereld om later haar eigen identiteit te krijgen.

We willen dus de ervaring van de authenticiteit behouden en deze niet verstoren maar juist versterken. Kunnen we net als in de film in een tentoonstelling virtueel en reëel door elkaar laten lopen dan zou het mogelijk moeten zijn om de authenticiteit van de fysieke ruimte te behouden en daar toch informatie en beelden aan toe te voegen op een virtuele manier?

We zochten naar een manier om informatie toe te voegen zonder daarbij de ruimte aan te tasten en vonden die in een techniek die ‘Augmented Reality‘ wordt genoemd, wat letterlijk ‘toegenomen werkelijkheid’ betekent. Het is een manier om het beeld dat een waarnemer van zijn omgeving heeft uit te breiden met aanvullende informatie. De toepassing is in staat om te bepalen waar je je in een ruimte bevindt. Bijvoorbeeld door in het ontvangen beeld van een camera bepaalde visuele kenmerken van een ruimte te herkennen, of met behulp van radiografische positionering. Door de beelden van de omgeving te combineren met beelden van een parallel lopende virtuele omgeving, ontstaat een mix van reëel en virtueel. In de virtuele laag kunnen we vervolgens extra informatie toevoegen aan de bestaande werkelijkheid.

Om dit daadwerkelijk toe te kunnen passen hebben we contact gezocht met Miralab, een onderdeel van de Universiteit van Genève.

Virtuele én authentieke bar in Pompeï

Virtuele én authentieke bar in Pompeï

Met digitale technieken is het mogelijk om op basis van enkele foto’s van een bestaand object een virtueel 3d-computermodel te genereren, dat als basis kan dienen voor de extra, informatieve laag.

Een digitaal gerestaureerde klassieke gevel

Digitaal gerestaureerde onderdelen van een klassieke gevel

Zo zou je dus ook restauraties kunnen laten zien zonder het object zelf aan te tasten.


C-Mine Genk - een toepassing van Augmented Reality

C-Mine Genk – een toepassing van Augmented Reality

Bij een prijsvraag een jaar geleden voor C-Mine Experience, betreffende een mijnsite in Genk (België), kregen we de beschikking over een ondergrondse luchtgang. Al bij het eerste bezoek aan de gang realiseerde we ons dat de kracht en de spanning van de authenticiteit verstoord zouden worden indien we in deze gang een tentoonstelling zouden plaatsen. De wens bleef echter om verhalen en beelden van verleden, heden en toekomst over te brengen op bezoekers.
Dit leek het moment om Augmented Reality te introduceren.
De bezoekers van de ondergrondse gang kunnen daarmee door de wanden heen kijken naar het verleden of naar het mijnproces, ze kunnen historische figuren ontmoeten en driedimensionale objecten ervaren. Inhoudelijke toevoegingen die geen enkele bezoeker met de werkelijkheid zal verwarren. Authenticiteit en informatie zijn gesplitst.
Voor de jury van de prijsvraag was onze oplossing waarschijnlijk nog iets te risicovol.

Augmented Reality in C-Mine Experience

Augmented Reality in C-Mine Experience

Augmented Reality in C-Mine Experience

Augmented Reality in C-Mine Experience

Augmented Reality in C-Mine Experience

Augmented Reality in C-Mine Experience

Iedereen is het over één ding eens: de collectie is het hart van een museum. De objecten zijn cruciaal. Maar de presentatie en duiding van die objecten is steeds meer gaan steunen op media. Een tentoonstelling is een omgeving geworden die veel meer bevat dan alleen een verzameling objecten. Allerlei ‘kunstmatige’ elementen zijn in meer of mindere mate ook onderdeel van een museumervaring geworden.

Vliegen in Natuurmuseum Fryslân

Vliegen in Natuurmuseum Fryslân

In het Natuurmuseum Fryslân te Leeuwarden laten we bezoekers, hangend onder een grote gans, over Friesland vliegen. Al sturend naar lekkere plekjes om als gans te kunnen landen.

Wij werken er hard aan om de fysieke interface van nieuwe media steeds verder te integreren in de opstellingen. Ook in musea is steeds meer mogelijk. Hierbij een korte compilatie.

Volgens Vilem Flusser zullen media intelligenter worden en op je aan gaan sluiten als een tweede huis: hybride ruimten op maat. Er zal een verschuiving plaats vinden van de wereld van de constanten naar de wereld van de variabelen. Deze verschuiving vindt gelijktijdig plaats met het verregaand technologiseren van de samenleving. De interactie tussen de technologie en de gebruiker bepaalt wat er uiteindelijk gebeurt. Hoe tentoonstellingen er uit zullen zien is momenteel moeilijk te voorspellen en eigenlijk helemaal niet relevant. Wel is het duidelijk dat de ontwikkelingen vérstrekkende gevolgen zullen hebben voor het museum zoals we dat nu kennen.

De eigenschap die iemand tot een ontwerper maakt, is misschien wel zijn vermogen tot waarnemen. Zolang niet ieder mens de actieve drang heeft om zelf te onderzoeken zijn wij als ontwerpers, samen met het museum, nodig om hen hierbij te leiden en het waarnemen voor hen te ensceneren.

Mits we de integriteit altijd in acht blijven nemen zijn nieuwe media een prima hulpmiddel om informatie over te brengen. Het gaat er immers ook om hóe je iets vertelt.

“Ik was ongeveer vier jaar oud. Voordat ik naar bed ging vertelde mijn vader mij altijd een verhaaltje. Op een avond hadden wij bezoek en een nicht van mij nam toen deze taak over. Al snel rende ik van mijn slaapkamer naar mijn ouders en zei: ‘Zij heeft het niet verteld, maar alleen maar voorgelezen!’”

Marcelwoutersontwerpers BV 2008

Overige bronnen:

Site van het Amsterdams Uitburo.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *